A dutch,home made story.
Assassins creed
Een schichtige gestalte,gehuld in een witte cape, rent over de daken. Drie kruisvaarders zitten achter hem aan. Het rode kruis schittert op hun borst. “Jij daar,blijf staan”. De man trekt zich er niks van aan. Maar hij beseft wel dat drie tegen een niet gaat. Ten einde raad klimt hij op een kerktoren. “We hebben hem”,roepen de kruisvaarders. Maar de man springt van de toren en landt in een hooiberg. “Die is dood”,zeggen de kruisvaarders. Maar hij is niet dood. Glimlachend loopt een man,eveneens gekleed in een witte cape,naar hem toe. “Ha ,altair,alles goed”? “Ja,mijn missie is geslaagd meester”. “Maar waar zijn de mannen die ik met je meestuurde,zeg niet dat ze ook al dood zijn”. “Het spijt me meester.” “Spijt is niet goed genoeg. Ik geef je nog een missie,en als die mislukt zal de creed je ter dood veroordelen. Het is je laatste kans altair,verspil hem niet”. Dat zal ik niet meester”. “Ik hoop het voor jou,maar je weet nog niet eens wat de missie is”. Ik luister. Je gaat naar de het tentenkamp buiten jeruzalem,daar vind je een grote tent,waar robert woont,de baas van de kruisvaarders. Jouw missie is hem vermoorden. Denk je dat dat zal lukken”? “Zeker meester”. “ga dan maar”. En met een snelheid die niet meer menselijk is, loopt altair over de daken,op zoek naar zijn doelwit.
2
Met zijn ogen strak gericht op zijn doelwit,begon er een flintertje overmoed bij hem in te komen. “Ha,daar ben je robert. Ik denk niet dat je dit leuk zal vinden”. “Dat denk ik ook niet”. Altair draait zich om en ziet een grote,uit de kluiten gewassen kerel naast zich staan. Met een slag van zijn zwaard gooit hij altair van het dak. Maar hij heeft geluk. Hij valt op de wachters rond robert en schakelt er zo drie uit. Maar robert reageert snel. Hij roept:wachters,dood de assassin. Hij is zo ijzig kalm,dat de rillingen over altairs lijf lopen. Maar daar heeft hij nu geen tijd voor. Drie kollosale wachters staan voor hem. Hij springt,en uit zijn mouw springt een mes dat recht in een wachters oog vliegt. De tweede maakt hij af met een messteek. Maar de derde laat zich niet zo hemakkelijk vangen. Met een machtige zwaai van zijn knots gooide hij Altair op de grond. Zijn gezicht is verwrongen van sadisme.”sterf worm”! Met dodelijke snelheid zoefde de knots neer. Maar Altair rolde snel om,zodat de knots neerkwam in het zand. Razendsnel gooide Altair twee messen naar de wachter. Twee troffen doel. De wachter viel levensloos op de grond. Verschrikt van de uitslag van dit gevecht,rende robert met doodsangst weg. Maar Altair liet zijn slachtoffer niet zo snel los. Met een sprong zat hij op de daken. Hier was hij in het voordeel,want hij werd niet gehinderd door de marktjes en bedelaars op de begane grond. In dit gebied was hij in zijn element. Hij vloog over de daken om zijn missie te voltooien. En al snel zat robert recht onder hem. Met een vastberaden gezicht sprong hij van een dak,recht op robert`s schouders. Maar die gooide hem eraf en nam een dolk uit zijn riem. Altair trok zijn zwaard en een kort,maar hevig gevecht ontstond. Maar ja, een gevecht van zwaard tegen dolk gaat niet op,en al snel lag Robert opde grond,met een zwaard tegen z`n strot. Net toen Altair de genadeslag wilde geven,hoorde hij een stem. “laat je wapens vallen en doe een stap achteruit.” hij draaide zich langzaam om en zag 5 boogschutters met gespannen pees op hhm gericht staan. Hij liet zijn zwaard vallen en deed een stap achteruit. Hij zou nooit genoeg tijd hebben om met zijn verborgen mes robert de keel door te snijden,maar een snelle trap om paniek te veroorzaken ging wel. Met een snelle uithaal trapte hij tegen robert`s scheen. Toen ging alles heel vlug. De boogschutters letten heel even niet op. Dat gaf Altair de tijd om met een sprintje uit hun bereik te geraken. Maar onmiddellijk blokeerden drie afgetrainde kruisvaarders hem de weg. Altair aarzelde niet en bleef doorlopen. Hij kwam steeds dichter bij de dreigende zwaarden van de verbaasde tempeliers. Maar Altair sprong,recht voor hun neus,en maakte met een perfecte draaitrap de eerste kruisvaarder onschadelijk. Voor de verbaasde ogen van de andere twee liep hij weg. Maar hij moest snel zijn. Binnen het uur zou de hele stad gealarmeerd zijn. Hij liep een vervallen steegje in en ging even zitten om te bekomen. Maar veel tijd kreeg hij niet. Al snel hoorde hij de eerste kruisvaarders op zoek naar die`vermadelijde`assassin. Ze zaten al in het steegje! Toen realiseerde hij zich pas dat hij in de val zat. De uitgang was geblokeerd en het steegje liep dood. Er was evenmin houvast aan de muren. Maar dan kwam de redding. Een stem, waar altair niet aan kon weerstaan,riep:”heer,kom binnen.” Verwonderd ging Altair binnen in een soort van gemproviseerd huisje dat nog het meest weg had van een varkensstal. Tot zijn verbazing trof hij daar een wonderschone vrouw aan,van ongeveer dezelfde leeftijd als hijzelf. Een beetje verlegen vroeg hij: “wie bent u?” zij antwoorde:”ik ben prinses alesia. Ik zal mijn verhaal vertellen. Zo`n zeven jaar geleden leefde ik nog luxueus in het huis van mijn vader,sjeik ali-achmed. Samen met mijn twee broers hadden we een goed leven. Tot die vervloekte kruisvaarders ons land binnenstormden. Een zekere robert dwong mijn vader om hem een vrijgeleide mee te geven. Toen mijn vader weigerde,vermoorde hij hem en mijn broers. Alleen ik kon ontsnappen. Sindsdien leef ik terugetrokken, wachtend op een kans om wraak te nemen op robert.” na dit gehoord te hebben, moest altair wel even bijkomen. Dit meisje moest hetzlfde doen als hij! Uiteindelijk zei hij:”dat treft,ik ben gestuurd om robert te vermoorden. Ik kan alle hulp gebruiken.” “ik denk dat ik je wel kan helpen. Ik weet waneer robert zwak is. Je slaat best toe rond de middag. Dan hebben alle wachters lunchpauze. Robert wordt dan niet bewaakt. Het is dan ideaal voor een aanval.” “Bedankt voor de tip,ik zal eraan denken”. En eraan denken zou hij! En dan kreeg hij door dat het middag was. Hij zou onmiddellijk moeten toeslaan,anders zouden zijn bazen ongeduldig worden. Hij rende het huis uit en al snel liet hij het steegje ver achter zich. Het tenten kamp van robert kwam steeds dichterbij. Maar als hij gewoon kwam binnenstormen zou dat teveel opvallen. Dus klom hij in een boom,met een tak die precies boven roberts tent hing. Hij pakte zijn dolk en sneed en gat in het tentzeil. Zorgvuldig pakte hij het op en zwierde het weg. Dit was het moment. Hij sprong in het gat,zwaaide zijn verborgen mes open en drukte dat tegen robert`s keel. “Een beweging en je bent een man des doods…” dit was zo simpel. Gewoon een mes in zijn keel duwen. Maar toen merkte hij dat hij het niet kon. Hij kon gewoon niet beslissen over leven en dood. Een gevoel van totale machteloosheid bekroop hem. Bijna had hij het gewoon opgegeven. Maar toen herinnerde hij zich dat hij een gevangene had. Wat zou hij daarmee doen? Maar hij kreeg een schitterend idee. Tijdens zijn training had hij een les gifmengen gekregen. Die zou hij nu toepassen. Hij haalde wat kruiden uit een buideltje dat hij speciaal daarvoor gemaakt had. Hij deed ze in zijn waterfles en beval robert het op te drinken. “luister, wat je nu net dronk is een krachtig vergif,waar jullie dokters geen remedie tegen hebben.als je al je troepen terugtrekt,kom ik morgen met het tegengif. Zeg niks tegen templiers,of je sterft. Hopelijk tot morgen”! Met een zwierige tred sprong hij op detafel endan via een kast op het dak. Zijn hart liep over van geluk, eindelijk deed hij iets goed! Hij sprinte terug naar de stad,waar tot zijn tevredenheid de kruisvaarders al aan het uittrekken waren. Hij liep steeds verder tot hij terug bij de prinses was. “Alesia? Alesia?” ze antwoorde niet. Wat was er gebeurd? Hij bonkte de deur in. Dat ging gemakkelijk vanwege het vermolmde hout. Maar toen hij binnenkwam zag hij aleen maar een briefje:ze hebben me meegenomen naar cyprus. Red me!…
Welcome to Authspot, the spot for creative writing.
Read some stories and poems, and be sure to subscribe to our feed!